We zijn naar de piramides geweest! Twee keer. Donderdagavond zonsondergang in de woestijn, en vrijdag het 'echte' werk.
zaterdag 16 oktober 2010
Het overzicht
Om het toch nog maar even af te maken (echt shit als er geen internetverbinding voor handen is....).
We zijn naar de piramides geweest! Twee keer. Donderdagavond zonsondergang in de woestijn, en vrijdag het 'echte' werk.




We zijn naar de piramides geweest! Twee keer. Donderdagavond zonsondergang in de woestijn, en vrijdag het 'echte' werk.
donderdag 7 oktober 2010
Another beautiful day in Cairo
Omdat het op 6 oktober een nationale feestdag is, is niet alles open (or so we are told). Als we het hotel uitlopen, ontdekken we dat je de Cairo tower op kunt, want we zien er mensen lopen. Dat lijkt een goed begin van de dag. Vanaf de toren hebben we een mooi uitzicht over de stad, en we zien in de verte zelfs de piramides liggen! Beneden naast de toren ligt een heel leuk cafeetje, waar we op een heerlijk terrasje lunchen en loungen. Ik wilde in de zon zitten, maar de mannen die daar werken vinden blijkbaar van niet, want ze komen aanlopen om de enorme parasol op te zetten. Ook goed, de zon brandt inmiddels toch aardig. Als we bijna in slaap soezen, wordt het toch tijd om op te staan en iets te ondernemen. We gaan naar het Opera House, om foto's te maken. Alle gebouwen hebben hier de kleur van de woestijn, wat me aan Phoenix doet denken. Mooi voor op foto's.
's Middags maken we een tochtje in een faluca over de Nijl. In een bootje voor ons tweeeen. Hoe romantisch, bij een laagstaande zon, die het water in de Nijl doet schitteren.

Na ons tochtje nemen we nog even een duik in het zwembad bij het hotel, en dan gaan we ons douchen en omkleden. We ontmoeten Omar (onze nieuwe BFF) in de lobby, en we lopen met hem naar Nile City, waar we gaan eten. Nile City is een grote boot met een aantal restaurants erop. We willen graag vis, dus we gaan een trapje af naar beneden, waar we met uitzicht op de Nijl genieten van onze zelf uitgekozen en vers gevangen vis (ik zalm, Alice en Omar gamba's). Weer een goede keuze van onze uitstekende gids! Daarna hebben we allemaal zin in een glas wijn, en besluiten dat ze bij het Hilton toch wel alcohol moeten schenken! Omar regelt een taxi (terwijl wij dames op gepaste afstand wachten), en inderdaad, bij het Hilton kunnen we een glaasje alcohol drinken. We maken het niet laat, we zijn van plan om voor mijn verjaardag naar een club te gaan, dus we moeten onze energie sparen!
's Middags maken we een tochtje in een faluca over de Nijl. In een bootje voor ons tweeeen. Hoe romantisch, bij een laagstaande zon, die het water in de Nijl doet schitteren.
Na ons tochtje nemen we nog even een duik in het zwembad bij het hotel, en dan gaan we ons douchen en omkleden. We ontmoeten Omar (onze nieuwe BFF) in de lobby, en we lopen met hem naar Nile City, waar we gaan eten. Nile City is een grote boot met een aantal restaurants erop. We willen graag vis, dus we gaan een trapje af naar beneden, waar we met uitzicht op de Nijl genieten van onze zelf uitgekozen en vers gevangen vis (ik zalm, Alice en Omar gamba's). Weer een goede keuze van onze uitstekende gids! Daarna hebben we allemaal zin in een glas wijn, en besluiten dat ze bij het Hilton toch wel alcohol moeten schenken! Omar regelt een taxi (terwijl wij dames op gepaste afstand wachten), en inderdaad, bij het Hilton kunnen we een glaasje alcohol drinken. We maken het niet laat, we zijn van plan om voor mijn verjaardag naar een club te gaan, dus we moeten onze energie sparen!
woensdag 6 oktober 2010
Welcome to Egypt
We zijn er. We dachten tijdens de vlucht (van 21 uur tot 1.20 uur) te kunnen slapen, maar helaas, dat liep anders. Eten, tax free en huilende kinderen staken daar een stokje voor. We komen dan dus ook doodmoe aan in het hotel, gebracht door een taxichauffeur, die, ondanks zijn enigszins shady uiterlijk, heel betrouwbaar blijkt, en ons ook meteen een goede aanbieding doet voor een rit heen en terug naar de piramides later deze week. Tegen 4 uur vallen we in slaap. Dinsdagochtend zijn we redelijk vroeg wakker, en besluiten naar Khan el Khalili te gaan, de souks. In het hotel vragen we om een plattegrond van Cairo, maar die moet $10 dollar kosten. Hollandsch als ik ben, doe ik dat dus niet. We lopen naar het nabij gelegen Intercontinental (wat mooi!) en krijgen daar van de congierge een plattegrond (of course, ladies). We besluiten in het Intercontinental te lunchen, het ziet er heel verzorgd uit. Daarna gaan we, gewapend met kaart, richting Khan el Kahili. Zo ver kan dat toch niet zijn? Al bij het eerste pleintje lopen we een beetje vast, maar na veel zoeken vinden we, volgens ons, de juiste weg. Gewoon stug doorlopen. We komen een heel eind, maar vlak na het Musem of Islamic Art lopen we vast. Een paar wegen kruisen elkaar boven elkaar, hoe gaan we daar aan de andere kant komen? We pakken de kaart nog maar eens tevoorschijn, wat voor de mannen hier een teken blijkt de damsels in distress te komen redden. Gelukkig draait tussen al die mannen ook Omar zich om. 'Are you guys looking for anything?', vraagt hij in bijna accentloos Amerikaans. Euh, ja. De souks. Hij vraagt wat rond, en al snel weet hij hoe we moeten lopen. Do you want me to take you there? Nou, graag. Bij de souks aangekomen besluiten we met z'n 3-en voor thee en een sheesha te gaan, en Omar vraagt weer wat rond en we vinden een leuk tentje, waar we uitpuffen van de hitte en genieten van een appel-sheesha. Dan moeten de dames toch echt gaan shoppen! Omar biedt aan mee te gaan, hij kan voor ons afdingen. Prima, Omar is gezellig en heeft wat te melden, dus why not? We dwalen door de straatjes van de souk, die van de buitenkant minder groot en onoverzichtelijk lijkt dan hij is. Dit is het Cairo wat we voor ogen hadden, en Alice en ik genieten allebei.

Uiteindelijk lopen we de souks uit, de moskees roepen op voor het avondgebed, en wij besluiten te gaan eten. Omar stelt voor ons te trakteren op een typisch Egyptisch gerecht, waarvan de naam me (uiteraard) ontschoten is, maar het klinkt als koosjer. We stappen een tentje binnen waar de keuringsdienst van waren spontaan een heel groot slot op zou zetten, en gaan tussen de andere mannen en een andere vrouw aan een tafel zitten, die door de 'ober' met een heel vies doekje nog smeriger geveegd wordt. Te drinken kunnen we kiezen uit Pespi cola en Pepsi Cola, en het enige gerecht wat geserveerd wordt is dus de koosjer. Dit is een gerecht van pasta, rijst en noodles, gemengd met wat linzen, kikkererwten en gefruite uitjes. Erg lekker!
Na dit gerecht nemen we de taxi naar ons hotel, onderweg nog wat Arabische cijfers lerend van de kentekenplaten die we zien. We willen Omar trakteren op een biertje, hij heeft de hele dag alles voor ons betaald (Egyptian hospitality, zoals hij zelf zegt), maar helaas serveren ze in het hotel geen alcohol. En helaas is dat niet het enige wat niet echt te waarderen is aan dit hotel. Wireless internet op de kamer kost 140 EGP (een whopping 20 euro) voor twee dagen, en 700 pond (100 euro!!!) voor een week. Nu gebruiken we de computers in de bar (zonder alcohol), maar ook dat is niet gratis, je moet eerst een drankje bestellen. Jammer hoor.
Uiteindelijk lopen we de souks uit, de moskees roepen op voor het avondgebed, en wij besluiten te gaan eten. Omar stelt voor ons te trakteren op een typisch Egyptisch gerecht, waarvan de naam me (uiteraard) ontschoten is, maar het klinkt als koosjer. We stappen een tentje binnen waar de keuringsdienst van waren spontaan een heel groot slot op zou zetten, en gaan tussen de andere mannen en een andere vrouw aan een tafel zitten, die door de 'ober' met een heel vies doekje nog smeriger geveegd wordt. Te drinken kunnen we kiezen uit Pespi cola en Pepsi Cola, en het enige gerecht wat geserveerd wordt is dus de koosjer. Dit is een gerecht van pasta, rijst en noodles, gemengd met wat linzen, kikkererwten en gefruite uitjes. Erg lekker!
Na dit gerecht nemen we de taxi naar ons hotel, onderweg nog wat Arabische cijfers lerend van de kentekenplaten die we zien. We willen Omar trakteren op een biertje, hij heeft de hele dag alles voor ons betaald (Egyptian hospitality, zoals hij zelf zegt), maar helaas serveren ze in het hotel geen alcohol. En helaas is dat niet het enige wat niet echt te waarderen is aan dit hotel. Wireless internet op de kamer kost 140 EGP (een whopping 20 euro) voor twee dagen, en 700 pond (100 euro!!!) voor een week. Nu gebruiken we de computers in de bar (zonder alcohol), maar ook dat is niet gratis, je moet eerst een drankje bestellen. Jammer hoor.
maandag 30 augustus 2010
Mijn reis in Indonesie in vogelvlucht
Vogeltjesmarkt Malang
zondag 29 augustus 2010
Bali
We hebben gisteren een jeep geregeld, voor 150.000 rp(ongeveer 14 euro). Na het ontbijt komt de ietwat nerveuze eigenaar van de auto ons uitleggen hoe alles werkt (hij vertelt ons waar de airco zit, en dat we vooral niet aan de parfumverspreider moeten komen). Na even wennen aan het schakelen, rijden we Ubud uit, de binnenlanden in. Pieter heeft nog een kaart van Bali gekocht, maar die blijkt lastig te lezen, omdat de wegen niet genummerd zijn en wij niet weten op welke weg we begonnen zijn. Maar toch vinden we onze weg, en niet veel later worden we getrakteerd op een prachtig uitzicht op Mount Agung en het meer dat ervoor ligt.
Als we bij een uitzichtpunt stoppen, komen opeens uit alle hoeken en gaten souvenirverkopers tevoorschijn. Als vliegen op een hoop stront. No, thank you, blijft het devies. We rijden weer verder, we willen naar de Pura Basukian (tempel). Op goed geluk nemen we wat afslagen en opeens staan we voor de ingang. Een agent houdt ons tegen, eerst een kaartje kopen (15.000 rp). Luke en Pieter moeten nog een sarong huren (blijkbaar zijn blote benen uit den boze, maar mijn blote schouders zijn geen probleem). Een stuk verderop parkeren we onze auto en lopen naar de ingang, waar we opnieuw tegengehouden worden. Of we ons willen inschrijven en een donatie willen geven. Maar we hebben net al betaald. Maar hier mag je een donatie geven, vertelt hij nog een keer, en dan krijg je een gids mee, want zonder gids mag je het complex niet op. Ik zie alweer scam op zijn voorhoofd staan, maar goed, we zijn nu hier, laat maar gaan. Ik tover 50.000 rp tevoorschijn, Pieter 40 en Luke 20. De man kijkt wat misprijzend en stelt dan dwingend voor dat we 50.000 de man doneren. But you just said you can give whatever you want. Ok, dan moet het maar, schijnt hij te denken. Ik heb al flink de pest in met al die geldklopperij en vraag of ik wel even alleen naar toilet mag, of dat de gids me daar ook bij moet helpen. De gids schijnt het wel grappig te vinden.
De tempel zelf is mooi, maar niet de moeite waard te gaan bezoeken als je niet toch al in de buurt was. De gids blijkt uiteindelijk best ok, en geeft aardig wat informatie.
We rijden terug naar Ubud door de rijstvelden, de zon staat laag, en het landschap is echt prachtig!

In de avond gaan we eten bij de Three Monkeys (in de bijbel beschreven als erg goed) met een terras naast een rijstveld, en daarna doen we de CP Lounge weer aan, waar ik inmiddels vrienden gemaakt heb. Luke en Pieter gaan eerder naar huis, maar ik vermaak me prima, dus ik blijf nog lekker hangen. Om half 3 kruip ik als laatste mijn bed in.
En nu zit ik in de Laughing Buddha Bar, over 1,5 uur vertrekt mijn bus, en moet ik afscheid nemen van Bali. Ik heb genoten hier, en mijn bedenkingen over het overmatige toerisme bleken niet helemaal juist. Er zijn aardig wat toeristen, maar ik vind Bali en Ubud geweldig, en hoop hier nog eens terug te komen.
Als we bij een uitzichtpunt stoppen, komen opeens uit alle hoeken en gaten souvenirverkopers tevoorschijn. Als vliegen op een hoop stront. No, thank you, blijft het devies. We rijden weer verder, we willen naar de Pura Basukian (tempel). Op goed geluk nemen we wat afslagen en opeens staan we voor de ingang. Een agent houdt ons tegen, eerst een kaartje kopen (15.000 rp). Luke en Pieter moeten nog een sarong huren (blijkbaar zijn blote benen uit den boze, maar mijn blote schouders zijn geen probleem). Een stuk verderop parkeren we onze auto en lopen naar de ingang, waar we opnieuw tegengehouden worden. Of we ons willen inschrijven en een donatie willen geven. Maar we hebben net al betaald. Maar hier mag je een donatie geven, vertelt hij nog een keer, en dan krijg je een gids mee, want zonder gids mag je het complex niet op. Ik zie alweer scam op zijn voorhoofd staan, maar goed, we zijn nu hier, laat maar gaan. Ik tover 50.000 rp tevoorschijn, Pieter 40 en Luke 20. De man kijkt wat misprijzend en stelt dan dwingend voor dat we 50.000 de man doneren. But you just said you can give whatever you want. Ok, dan moet het maar, schijnt hij te denken. Ik heb al flink de pest in met al die geldklopperij en vraag of ik wel even alleen naar toilet mag, of dat de gids me daar ook bij moet helpen. De gids schijnt het wel grappig te vinden.
De tempel zelf is mooi, maar niet de moeite waard te gaan bezoeken als je niet toch al in de buurt was. De gids blijkt uiteindelijk best ok, en geeft aardig wat informatie.
We rijden terug naar Ubud door de rijstvelden, de zon staat laag, en het landschap is echt prachtig!
In de avond gaan we eten bij de Three Monkeys (in de bijbel beschreven als erg goed) met een terras naast een rijstveld, en daarna doen we de CP Lounge weer aan, waar ik inmiddels vrienden gemaakt heb. Luke en Pieter gaan eerder naar huis, maar ik vermaak me prima, dus ik blijf nog lekker hangen. Om half 3 kruip ik als laatste mijn bed in.
En nu zit ik in de Laughing Buddha Bar, over 1,5 uur vertrekt mijn bus, en moet ik afscheid nemen van Bali. Ik heb genoten hier, en mijn bedenkingen over het overmatige toerisme bleken niet helemaal juist. Er zijn aardig wat toeristen, maar ik vind Bali en Ubud geweldig, en hoop hier nog eens terug te komen.
vrijdag 27 augustus 2010
Van Lombok naar Bali
Woensdag komen we net iets voor de middag aan op Lombok. Op de Gilis was er geen hassle bij de haven (een hutje op het strand, met daarnaast een boom waarin aan een tak een bordje hangt met 'Harbour'), en de overtocht verloopt soepel. Terug in Senggigi proberen we direct de overtocht naar Bali te regelen, maar dat gaat niet meer, we zijn al te laat. We boeken een kamer in een zeer aangenaam hotel, en bekijken en passant nog even de Pura Batu Bolong, een tempel langs de kust, waar mensen hun offers in zee gooien.
De volgende dag worden we door weer een shuttlebus opgehaald, die ons naar de haven van Lembar brengt. Ook deze bus hangt van arre moede aan elkaar, maar blijkbaar kan het allemaal gewoon. In de bus zit nog een Nederlander, Daniel, waar we mee aan de praat raken. Op de boot zitten we gezellig met zijn drieen wat te keuvelen, als er opeens een lange blonde jongen vraagt: Is this seat taken? Someone stole my seat. Het is Luke, uit Amerika, die inmiddels al 1,5 jaar lang aan het reizen is. Het klikt tussen ons vieren, en Pieter, Luke en ik besluiten net als Daniel naar Ubud te gaan. We regelen nog een tranfer van Padangbai naar Ubud, en daar aangekomen zoeken we als vanzelf met zijn drieen een kamer. We worden afgezet, blijkt als we later tijdens het eten Daniel weer ontmoeten. We besluiten direct om de volgende dag toch nog te verkassen, al is het maar om het principe. We dineren met Daniel en een Australier, Bob, een man van 69 die al veel gereisd heeft in zijn leven en de prachtigste verhalen heeft. Om 22.00 uur gaat hier alles dicht, maar er is hier en daar nog wel een barretje vinden. Daar strijken we neer, tot een uur of half 1. Dan moeten we volgens de serveerster naar de Superlove Lounge (wat later de CP Lounge blijkt te zijn). Hier hangen eigenlijk vooral trieste figuren die teveel gedronken hebben, maar het is wel gezellig. Om 4 uur hebben we er genoeg van. We nemen afscheid van Daniel (die de volgende dag naar huis vliegt), en lopen door de verlaten Monkey Forest Road naar onze kamer.
Ik ben de volgende dag al om 8 uur wakker, en krijg het op mijn heupen. Ik kleed me aan, poets mijn tanden en ga de straat op, achterna geroepen door de eigenaar van het hotel, of ik echt geen ontbijt wil en waar ik in hemelsnaam zo vroeg naar toe ga. Ik vind het vreselijk onbeleefd dat iedereen me hier vraagt waar ik naar toe ga, it's none of your business. Maar goed, ik loop een paar meter en daar liggen de volgende guestrooms al. Ik stap bij Argasoka naar binnen, waar ik meteen heel vriendelijk naar een kamer begeleidt wordt. Deze ziet er veel mooier uit dan de kamer die we nu hebben, en hij kost de helft. Ik zeg dat we het doen, en dat ik de guys ga optrommelen, en dat we over een uur terug zijn.
Zo gezegd, zo gedaan. Verder doen we weinig. Ubud is warm, toerisitisch en toch charmant. Ik ga shoppen voor jurken voor mij en Marit, Pieter gaat ook wat rondlopen door het stadje, en Luke moet nog even wat slapen.

In de middag zien we elkaar weer op onze kamer, en gaan dan richting het Monkey Forest. Een stukje jungle waar zo'n 300 makakken zitten. Ze lopen tussen de mensen door, en kijken ons af en toe wat meewarig aan. Als iemand eten heeft, komen ze op je schouder zitten. Er zitten een paar kleintjes, die voortdurend met elkaar aan het stoeien zijn. Ik denk aan Marit, aan hoe leuk zij het gevonden zou hebben. Misschien kom ik hier over een paar jaar nog eens met haar terug.
De volgende dag worden we door weer een shuttlebus opgehaald, die ons naar de haven van Lembar brengt. Ook deze bus hangt van arre moede aan elkaar, maar blijkbaar kan het allemaal gewoon. In de bus zit nog een Nederlander, Daniel, waar we mee aan de praat raken. Op de boot zitten we gezellig met zijn drieen wat te keuvelen, als er opeens een lange blonde jongen vraagt: Is this seat taken? Someone stole my seat. Het is Luke, uit Amerika, die inmiddels al 1,5 jaar lang aan het reizen is. Het klikt tussen ons vieren, en Pieter, Luke en ik besluiten net als Daniel naar Ubud te gaan. We regelen nog een tranfer van Padangbai naar Ubud, en daar aangekomen zoeken we als vanzelf met zijn drieen een kamer. We worden afgezet, blijkt als we later tijdens het eten Daniel weer ontmoeten. We besluiten direct om de volgende dag toch nog te verkassen, al is het maar om het principe. We dineren met Daniel en een Australier, Bob, een man van 69 die al veel gereisd heeft in zijn leven en de prachtigste verhalen heeft. Om 22.00 uur gaat hier alles dicht, maar er is hier en daar nog wel een barretje vinden. Daar strijken we neer, tot een uur of half 1. Dan moeten we volgens de serveerster naar de Superlove Lounge (wat later de CP Lounge blijkt te zijn). Hier hangen eigenlijk vooral trieste figuren die teveel gedronken hebben, maar het is wel gezellig. Om 4 uur hebben we er genoeg van. We nemen afscheid van Daniel (die de volgende dag naar huis vliegt), en lopen door de verlaten Monkey Forest Road naar onze kamer.
Ik ben de volgende dag al om 8 uur wakker, en krijg het op mijn heupen. Ik kleed me aan, poets mijn tanden en ga de straat op, achterna geroepen door de eigenaar van het hotel, of ik echt geen ontbijt wil en waar ik in hemelsnaam zo vroeg naar toe ga. Ik vind het vreselijk onbeleefd dat iedereen me hier vraagt waar ik naar toe ga, it's none of your business. Maar goed, ik loop een paar meter en daar liggen de volgende guestrooms al. Ik stap bij Argasoka naar binnen, waar ik meteen heel vriendelijk naar een kamer begeleidt wordt. Deze ziet er veel mooier uit dan de kamer die we nu hebben, en hij kost de helft. Ik zeg dat we het doen, en dat ik de guys ga optrommelen, en dat we over een uur terug zijn.
Zo gezegd, zo gedaan. Verder doen we weinig. Ubud is warm, toerisitisch en toch charmant. Ik ga shoppen voor jurken voor mij en Marit, Pieter gaat ook wat rondlopen door het stadje, en Luke moet nog even wat slapen.
In de middag zien we elkaar weer op onze kamer, en gaan dan richting het Monkey Forest. Een stukje jungle waar zo'n 300 makakken zitten. Ze lopen tussen de mensen door, en kijken ons af en toe wat meewarig aan. Als iemand eten heeft, komen ze op je schouder zitten. Er zitten een paar kleintjes, die voortdurend met elkaar aan het stoeien zijn. Ik denk aan Marit, aan hoe leuk zij het gevonden zou hebben. Misschien kom ik hier over een paar jaar nog eens met haar terug.
woensdag 25 augustus 2010
Abonneren op:
Posts (Atom)