woensdag 6 oktober 2010

Welcome to Egypt

We zijn er. We dachten tijdens de vlucht (van 21 uur tot 1.20 uur) te kunnen slapen, maar helaas, dat liep anders. Eten, tax free en huilende kinderen staken daar een stokje voor. We komen dan dus ook doodmoe aan in het hotel, gebracht door een taxichauffeur, die, ondanks zijn enigszins shady uiterlijk, heel betrouwbaar blijkt, en ons ook meteen een goede aanbieding doet voor een rit heen en terug naar de piramides later deze week. Tegen 4 uur vallen we in slaap. Dinsdagochtend zijn we redelijk vroeg wakker, en besluiten naar Khan el Khalili te gaan, de souks. In het hotel vragen we om een plattegrond van Cairo, maar die moet $10 dollar kosten. Hollandsch als ik ben, doe ik dat dus niet. We lopen naar het nabij gelegen Intercontinental (wat mooi!) en krijgen daar van de congierge een plattegrond (of course, ladies). We besluiten in het Intercontinental te lunchen, het ziet er heel verzorgd uit. Daarna gaan we, gewapend met kaart, richting Khan el Kahili. Zo ver kan dat toch niet zijn? Al bij het eerste pleintje lopen we een beetje vast, maar na veel zoeken vinden we, volgens ons, de juiste weg. Gewoon stug doorlopen. We komen een heel eind, maar vlak na het Musem of Islamic Art lopen we vast. Een paar wegen kruisen elkaar boven elkaar, hoe gaan we daar aan de andere kant komen? We pakken de kaart nog maar eens tevoorschijn, wat voor de mannen hier een teken blijkt de damsels in distress te komen redden. Gelukkig draait tussen al die mannen ook Omar zich om. 'Are you guys looking for anything?', vraagt hij in bijna accentloos Amerikaans. Euh, ja. De souks. Hij vraagt wat rond, en al snel weet hij hoe we moeten lopen. Do you want me to take you there? Nou, graag. Bij de souks aangekomen besluiten we met z'n 3-en voor thee en een sheesha te gaan, en Omar vraagt weer wat rond en we vinden een leuk tentje, waar we uitpuffen van de hitte en genieten van een appel-sheesha. Dan moeten de dames toch echt gaan shoppen! Omar biedt aan mee te gaan, hij kan voor ons afdingen. Prima, Omar is gezellig en heeft wat te melden, dus why not? We dwalen door de straatjes van de souk, die van de buitenkant minder groot en onoverzichtelijk lijkt dan hij is. Dit is het Cairo wat we voor ogen hadden, en Alice en ik genieten allebei.

Uiteindelijk lopen we de souks uit, de moskees roepen op voor het avondgebed, en wij besluiten te gaan eten. Omar stelt voor ons te trakteren op een typisch Egyptisch gerecht, waarvan de naam me (uiteraard) ontschoten is, maar het klinkt als koosjer. We stappen een tentje binnen waar de keuringsdienst van waren spontaan een heel groot slot op zou zetten, en gaan tussen de andere mannen en een andere vrouw aan een tafel zitten, die door de 'ober' met een heel vies doekje nog smeriger geveegd wordt. Te drinken kunnen we kiezen uit Pespi cola en Pepsi Cola, en het enige gerecht wat geserveerd wordt is dus de koosjer. Dit is een gerecht van pasta, rijst en noodles, gemengd met wat linzen, kikkererwten en gefruite uitjes. Erg lekker!
Na dit gerecht nemen we de taxi naar ons hotel, onderweg nog wat Arabische cijfers lerend van de kentekenplaten die we zien. We willen Omar trakteren op een biertje, hij heeft de hele dag alles voor ons betaald (Egyptian hospitality, zoals hij zelf zegt), maar helaas serveren ze in het hotel geen alcohol. En helaas is dat niet het enige wat niet echt te waarderen is aan dit hotel. Wireless internet op de kamer kost 140 EGP (een whopping 20 euro) voor twee dagen, en 700 pond (100 euro!!!) voor een week. Nu gebruiken we de computers in de bar (zonder alcohol), maar ook dat is niet gratis, je moet eerst een drankje bestellen. Jammer hoor.

maandag 30 augustus 2010

Mijn reis in Indonesie in vogelvlucht

In de kampong in Jogja

Borobudur


Wajangvoorstelling in Jogja


In het leukste koffietentje in Malang

Bromo



Vogeltjesmarkt Malang


Regen op Lombok

Vissers in Senggigi

Accommodatie op Gili Meno

Gili Meno

Senggigi, pura Batu Bolong

Aap in Monkey Forest, Ubud, Bali

Kunst in Ubud

I sure do!

Tempel op Bali

En nog een keer

Rijstveld Bali

Indonesie vanuit de lucht

Vliegveld Bangkok

zondag 29 augustus 2010

Bali

We hebben gisteren een jeep geregeld, voor 150.000 rp(ongeveer 14 euro). Na het ontbijt komt de ietwat nerveuze eigenaar van de auto ons uitleggen hoe alles werkt (hij vertelt ons waar de airco zit, en dat we vooral niet aan de parfumverspreider moeten komen). Na even wennen aan het schakelen, rijden we Ubud uit, de binnenlanden in. Pieter heeft nog een kaart van Bali gekocht, maar die blijkt lastig te lezen, omdat de wegen niet genummerd zijn en wij niet weten op welke weg we begonnen zijn. Maar toch vinden we onze weg, en niet veel later worden we getrakteerd op een prachtig uitzicht op Mount Agung en het meer dat ervoor ligt.
Als we bij een uitzichtpunt stoppen, komen opeens uit alle hoeken en gaten souvenirverkopers tevoorschijn. Als vliegen op een hoop stront. No, thank you, blijft het devies. We rijden weer verder, we willen naar de Pura Basukian (tempel). Op goed geluk nemen we wat afslagen en opeens staan we voor de ingang. Een agent houdt ons tegen, eerst een kaartje kopen (15.000 rp). Luke en Pieter moeten nog een sarong huren (blijkbaar zijn blote benen uit den boze, maar mijn blote schouders zijn geen probleem). Een stuk verderop parkeren we onze auto en lopen naar de ingang, waar we opnieuw tegengehouden worden. Of we ons willen inschrijven en een donatie willen geven. Maar we hebben net al betaald. Maar hier mag je een donatie geven, vertelt hij nog een keer, en dan krijg je een gids mee, want zonder gids mag je het complex niet op. Ik zie alweer scam op zijn voorhoofd staan, maar goed, we zijn nu hier, laat maar gaan. Ik tover 50.000 rp tevoorschijn, Pieter 40 en Luke 20. De man kijkt wat misprijzend en stelt dan dwingend voor dat we 50.000 de man doneren. But you just said you can give whatever you want. Ok, dan moet het maar, schijnt hij te denken. Ik heb al flink de pest in met al die geldklopperij en vraag of ik wel even alleen naar toilet mag, of dat de gids me daar ook bij moet helpen. De gids schijnt het wel grappig te vinden.
De tempel zelf is mooi, maar niet de moeite waard te gaan bezoeken als je niet toch al in de buurt was. De gids blijkt uiteindelijk best ok, en geeft aardig wat informatie.
We rijden terug naar Ubud door de rijstvelden, de zon staat laag, en het landschap is echt prachtig!

In de avond gaan we eten bij de Three Monkeys (in de bijbel beschreven als erg goed) met een terras naast een rijstveld, en daarna doen we de CP Lounge weer aan, waar ik inmiddels vrienden gemaakt heb. Luke en Pieter gaan eerder naar huis, maar ik vermaak me prima, dus ik blijf nog lekker hangen. Om half 3 kruip ik als laatste mijn bed in.
En nu zit ik in de Laughing Buddha Bar, over 1,5 uur vertrekt mijn bus, en moet ik afscheid nemen van Bali. Ik heb genoten hier, en mijn bedenkingen over het overmatige toerisme bleken niet helemaal juist. Er zijn aardig wat toeristen, maar ik vind Bali en Ubud geweldig, en hoop hier nog eens terug te komen.

vrijdag 27 augustus 2010

Van Lombok naar Bali

Woensdag komen we net iets voor de middag aan op Lombok. Op de Gilis was er geen hassle bij de haven (een hutje op het strand, met daarnaast een boom waarin aan een tak een bordje hangt met 'Harbour'), en de overtocht verloopt soepel. Terug in Senggigi proberen we direct de overtocht naar Bali te regelen, maar dat gaat niet meer, we zijn al te laat. We boeken een kamer in een zeer aangenaam hotel, en bekijken en passant nog even de Pura Batu Bolong, een tempel langs de kust, waar mensen hun offers in zee gooien.
De volgende dag worden we door weer een shuttlebus opgehaald, die ons naar de haven van Lembar brengt. Ook deze bus hangt van arre moede aan elkaar, maar blijkbaar kan het allemaal gewoon. In de bus zit nog een Nederlander, Daniel, waar we mee aan de praat raken. Op de boot zitten we gezellig met zijn drieen wat te keuvelen, als er opeens een lange blonde jongen vraagt: Is this seat taken? Someone stole my seat. Het is Luke, uit Amerika, die inmiddels al 1,5 jaar lang aan het reizen is. Het klikt tussen ons vieren, en Pieter, Luke en ik besluiten net als Daniel naar Ubud te gaan. We regelen nog een tranfer van Padangbai naar Ubud, en daar aangekomen zoeken we als vanzelf met zijn drieen een kamer. We worden afgezet, blijkt als we later tijdens het eten Daniel weer ontmoeten. We besluiten direct om de volgende dag toch nog te verkassen, al is het maar om het principe. We dineren met Daniel en een Australier, Bob, een man van 69 die al veel gereisd heeft in zijn leven en de prachtigste verhalen heeft. Om 22.00 uur gaat hier alles dicht, maar er is hier en daar nog wel een barretje vinden. Daar strijken we neer, tot een uur of half 1. Dan moeten we volgens de serveerster naar de Superlove Lounge (wat later de CP Lounge blijkt te zijn). Hier hangen eigenlijk vooral trieste figuren die teveel gedronken hebben, maar het is wel gezellig. Om 4 uur hebben we er genoeg van. We nemen afscheid van Daniel (die de volgende dag naar huis vliegt), en lopen door de verlaten Monkey Forest Road naar onze kamer.
Ik ben de volgende dag al om 8 uur wakker, en krijg het op mijn heupen. Ik kleed me aan, poets mijn tanden en ga de straat op, achterna geroepen door de eigenaar van het hotel, of ik echt geen ontbijt wil en waar ik in hemelsnaam zo vroeg naar toe ga. Ik vind het vreselijk onbeleefd dat iedereen me hier vraagt waar ik naar toe ga, it's none of your business. Maar goed, ik loop een paar meter en daar liggen de volgende guestrooms al. Ik stap bij Argasoka naar binnen, waar ik meteen heel vriendelijk naar een kamer begeleidt wordt. Deze ziet er veel mooier uit dan de kamer die we nu hebben, en hij kost de helft. Ik zeg dat we het doen, en dat ik de guys ga optrommelen, en dat we over een uur terug zijn.
Zo gezegd, zo gedaan. Verder doen we weinig. Ubud is warm, toerisitisch en toch charmant. Ik ga shoppen voor jurken voor mij en Marit, Pieter gaat ook wat rondlopen door het stadje, en Luke moet nog even wat slapen.

In de middag zien we elkaar weer op onze kamer, en gaan dan richting het Monkey Forest. Een stukje jungle waar zo'n 300 makakken zitten. Ze lopen tussen de mensen door, en kijken ons af en toe wat meewarig aan. Als iemand eten heeft, komen ze op je schouder zitten. Er zitten een paar kleintjes, die voortdurend met elkaar aan het stoeien zijn. Ik denk aan Marit, aan hoe leuk zij het gevonden zou hebben. Misschien kom ik hier over een paar jaar nog eens met haar terug.

woensdag 25 augustus 2010

Need I say more?


Zonsopgang vanaf het balkon.


Terrasje voor de deur

dinsdag 24 augustus 2010

Het paradijs!

Zondagochtend word ik in Senggigi wakker met zonneschijn. Ik maak meteen een wandeling langs het strand. Erg idyllisch. Ik ga Pieter wakker maken, en zeggen dat hij als de sodemieter zijn zwembroek moet aantrekken, vandaag liggen we op het strand, en ik heb het vermoeden dat het in de middag weer gaat regenen. Zo gezegd, zo gedaan. Op het vliegveld van Surabaya heb ik een boek gekocht, the other hand van Chris Cleave, wat me vanaf de eerste bladzijde pakt. We lezen de hele dag, en 's avonds is het boek uit. Prachtig!
We besluiten de volgende dag naar The Gilis te gaan. We boeken een transfer vanaf Lombok, bus en boot. Maar als we in de haven van Bangsal (warning! warning! scams!) aankomen, gaat het mis. Ze vertellen ons en een aantal andere toeristen dat de boot naar Meno vol is, en dat we moeten wachten op de volgende. Dat die pas om half 1 (het is 10 uur) gaat, maar als we met ons tienen de rest van de fare betalen, dat er dan wel een boot kan gaan. Iedereen ruikt de scam van 10 km afstand, en wij worden dus op zijn West-Europees boos. Er ontstaan een scene waarvan we besluiten die maar te vergeten, en maar gewoon te betalen. We willen tenslotte naar dat eiland, en een van de mannen die er al eens geweest is (Nederlander) zegt dat we dit allemaal vergeten zullen zijn als we daar aankomen. Vooruit dan. Uiteindelijk gaat er een boot (die zich opeens toch wonderwel heel snel vult met locals) en een half uur later stappen we het paradijs in. Het is prachtig. Geen verkeer, alleen een prachtig zacht zandstrand, azuurblauwe, heldere zee, palmen en heel veel zon. We zoeken een accomodatie, een houten hutje op het strand, en gaan voor een wandeling rond het eiland. Het expeditie Robinson-gevoel is groot. Aan de overkant ligt Lombok, in de regen. We hebben een goede keus gemaakt.
's Avonds komen we bij ons hutje aan, waar onze 'buren' zitten te relaxen. Ze blijken Nederlands. Sterker, ze komen uit Teteringen. Ze hebben een dochter van 6, Carlijn, die meteen met me begint te praten, en die de rest van de avond niet meer bij me weg te slaan is. Ze is een schatje, en ik vind het wel gezellig. Ik vertel haar over mijn eigen dochter, en dat ze vast vriendinnetjes zouden zijn geworden als ze erbij was. Ze vertelt me dat ze met haar moeder heeft afgesproken hier over 10 jaar weer terug te komen, dan gaan haar vader en haar broer een vulkaan beklimmen, en zij en haar moeder op het strand liggen luieren. Ik zeg: Dan kom ik ook met Marit. Als ze de volgende dag afscheid van me komt nemen (eerst nog een foto, dan kan ik aan Marit laten zien dat ik ook een vriendinnetje heb die Carlijn heet), zegt ze: Dan zie ik je over 10 jaar weer hier, met Marit.
De avond op Gili Meno is rustig, maar heerlijk. We eten bij een tentje aan het strand, op een houten dek waar de zee onderdoor stroomt. We eten superverse vis, vandaag gevangen. Ik heb een stukje gegrilde tonijn, geservereerd op een bananenblad.
We besluiten direct om nog een dag in het paradijs te blijven.
En daar zit ik nu mijn tijd te verdoen in een internetcafe, dus later meer!

zaterdag 21 augustus 2010

Zonsopgang op de Bromo en regen in Lombok

Om precies 1 uur worden we in het hotel opgehaald met een busje, dat ons naar een plaatsje op ongeveer een half uur van Bromo brengt. We komen daar om drie uur aan, in het pikkedonker, maar de onvermijdelijke verkopers staan al op de loer. Ditmaal met mutsen, handschoenen en sjaals, want it is very cold up there. Nou ja, dat zal wel meevallen. Rond 4 uur komt de jeep die ons de berg op zal brengen, en die we moeten delen met wat andere mensen. U raadt het al: Nederlanders. Sterker, een koppel uit Helmond, dat werkt op het Varendonck College (mijn oude school), en dat binnenkort in Someren gaat worden. Of de wereld is heel klein, of het is echt van Summere en nie bang.
Op de berg aangekomen, blijkt dat we niet de enige zijn. Het stikt er van de mensen, voornamelijk toeristen. Het is nog steeds donker, en iedereen zoekt een plaatsje. Tegen kwart voor vijf begint de lucht lichter te worden. De zonsopgang is prachtig, de lucht is oranje, rood, geel en roze, met strepen wolken ertussen. Op de voorgrond zie je de berg zich langzaam onthullen, omringd door een laagje mist. Koud is het inderdaad wel! Gelukkig heeft Pieter nog een regenjas bij zich, dat helpt wel iets.

Tegen kwart voor zes gaan we ergens een kop koffie drinken en even opwarmen, waarna we de jeep nemen naar de vulkaan. Goed dat we met een jeep zijn, de weg is bijna onbegaan met alle hobbels en kuilen. Af en toe zitten we bijna tegen het plafond. En onze reisgids speelt het klaar om zelfs nu in slaap te vallen!
Onder aan de voet van de berg staan paarden klaar, voor de mensen die niet te voet de berg op willen. Ik met mijn afkeer van paarden ga gewoon lopen. Nou ja, gewoon, het blijkt een hele klim te zijn, en ik moet onderweg echt af en toe even op adem komen. Het is nog ontzettend vroeg, half 9 ofzo, maar de zon is al aardig warm, dus langzaam aan trek ik alle laagjes die ik aan had, weer uit. Het laatste stukje naar de krater is een trap van 250 treden, die ik ook niet in 1 keer haal. Eenmaal boven kiunnen we een blik werpen in de stomende vulkaan. Onze reisgenoot is leraar aardrijkskunde, dus die praat me even bij over alles wat er te zien is. Erg interessant. Daarna lopen we weer naar beneden om met de jeep weer terug naar ons busje te gaan.
Daar nemen we afscheid van onze tijdelijke reisgenoten, en gaan weer terug naar Malang. In Malang hebben we inmiddels een ander hotel geboekt, een homestay. Een goedkope kamer, in een soort van Indonesische villa. Daar aangekomen kruip ik direct mijn bed in. Pieter maakt nog even een snelle run naar het reisbureau om onze vlucht naar Lombok te boeken (via internet lukte dat niet meer, omdat het minder dan 48 uur van tevoren is). Hij komt terug met het goede nieuws dat hij een vlucht heeft geregeld met Merpati air, en ook nog eens een busje dat ons naar het vliegveld in Surabaya zal brengen. Mooi, kunnen we nu gaan slapen. Het is pas half 2, maar mijn biologische klok is helemaal in de war van het nachtelijke uitstapje. We slapen tot een uur of zeven, en besluiten dan lekker in de binnentuin van ons guesthouse te blijven zitten. Ik loop even naar de Indo Maret voor wat snacks en wat te drinken, echt honger hebben we niet.
We zitten nog geen half uur, of we hebben aanspraak. Hello Mister, hello missis, my name is Mr. Santo, I want to learn English. Santo komt bij ons zitten, en probeert ons in steenkolen Engels vanalles duidelijk te maken, wat maar matig lukt. Gelukkig is het Engels van de eigenaar wat beter, en beetje bij beetje komt het gesprek op gang. Santo nodigt ons uit om met hem zijn frens wat te drinken in Cafe Quatro. Ach ja, doe ook maar, als we ons even om mogen kleden...? Nou, vijf minuten dan. Buiten aangekomen staat Santo klaar met zijn brommer, en volgens hem is het de normaalste zaak van de wereld als zowel Pieter als ik bij hem achterop komen zitten. Ach ja, doe ook maar. Na een ritje van 20 minuten door de straten van Malang en een dikke kramp in mijn benen, komen we bij Cafe Quatro aan, wat een hele hippe tent blijkt. Zijn frens zitten al op ons te wachten, microfoon in de aanslag. Hmmm, Azie.... Karaoke? Ze zingen er lustig op los, en natuurlijk moeten Pieter en ik mee doen. Ach ja, doe ook maar. Niemand kent me hier, dus wie doet me wat. Het wordt een ontzettend gezellige avond, waarin we met handen en voeten toch redelijke gesprekken kunnen voeren. Om half 12 (!) worden we de tent uitgeveegd, en blijkt het te zijn gaan regenen. Arie vindt niet dat we op Santo's brommertje terug kunnen, dus gaat zij haar auto halen om ons naar huis te brengen. Een hele gare Mazda met een knipperend oliepeillampje, maar we komen thuis. We maken nog even wat foto's, en dan duiken we ons bed in. We zetten de wekker om 8 uur, want om 9 uur staat het busje naar Surabaya voor de deur. Om tien voor half 8 staat de eigenaar echter al op onze deur te bonken, dat het busje er al is en dat we moeten opschieten. Ook goedemorgen. Rond kwart over 8 zijn we dus al op weg naar het vliegveld, waar we natuurlijk veel te vroeg aankomen. Maar goed, je kunt er maar zijn.
Eind van de middag komen we aan in Mataram, Lombok, in de stromende regen, die pas halverwege de avond ophoudt. Het regent echt pijpestelen, op sommige delen van de weg staan mensen tot dik aan hun enkels in het water, en kunnen de brommers zich met moeite door de plassen worstelen. Het was de bedoeling een beetje te shoppen voor hotels, maar uiteindelijk besluiten we in te gaan op de aanbieding die ons op het vliegveld gedaan is. Een prachtige kamer in het beach hotel in Senggigi. Wat heerlijk, na de bijna Spartaanse kamer in Jona's homestay. Luxe en een heerlijke hete douche! En recht aan het strand. Zelfs in de regen is het mooi. Nu nog hopen op mooi weer, maar so far, I am liking Lombok!

(gejat van de website...)